|
06 sep. 2011 Interview ex-Dijkse Boys speler Danny van Bakel
met Voetbal International
Danny van Bakel begon afgelopen mei aan het grootste avontuur van
zijn leven. De 27-jarige verdediger tekende een contract voor
anderhalf jaar bij het Vietnamese Binh Duong FC. Na een onwennige
beginperiode, begint de Eindhovenaar nu te genieten.
Van Bakel speelde in
Nederland voor Helmond Sport, toen trainer Ruud Brood (momenteel
trainer RKC Waalwijk) in 2004 veel nieuwe spelers aantrok. Door
gebrek aan vertrouwen stopte de verdediger bij de Jupiler
League-club en ging aan de slag bij VV Dijkse Boys. Drie keer werd
hij kampioen met de club maar na financiële problemen verdween die
ploeg uit de Topklasse.Daarna was de fysiek sterke verdediger klaar
met het voetbal. Dat hij nog geen jaar later tienduizend kilometer
verderop voor een Vietnamese subtopper uitkomt, komt mede dankzij
Gökhan Balsi (ex-MVV) en zaakwaarnemer Frank van Eijs. 'Die
belde mij op en bood me een stageperiode aan', vertelt Van
Bakel tegen Voetbal
International. 'Ik had grote twijfels, aangezien het aan de
andere kant van de wereld is. Ik besloot het niet te doen en toen ik
het eigenlijk al uit m'n hoofd had gezet liep ik langs een
reisbureau. Daar heb ik vervolgens heel impulsief een ticket
geboekt.'
Eenmaal aangekomen in Azië valt het Van
Bakel tegen. 'De
concurrentie op de stage was groot. Er waren veel buitenlandse
spelers. Veel speelden in de Serie B en de hoogste competities in
Scandinavië. Bij Dijkse Boys was het voor mij meer uitgaan dan
voetballen.''De eerste club die zich aanbood zorgde voor grote
twijfel', vervolgt Van Bakel. 'Geen fatsoenlijk huis, een lege,
vieze kamer, met slechts een dun matras en dode beesten op de grond.
Toen zonk de moed me in de schoenen. Waar
ben ik aan begonnen?, dacht ik toen.'Na te hebben besloten om
huiswaarts te keren en de hele impuls als een leuke ervaring te
zien, zocht Van
Bakel de kroeg op met
Jayson Trommel. De voormalig speler van onder meer Sparta en Cambuur
Leeuwarden was ook in Vietnam voor een stage, maar had evenals Van
Bakel slechte
ervaringen.'Toen kreeg ik een sms van Frank van Eijs: 9
uur trainen. In eerste instantie dacht ik bekijk
't maar. Toch ben ik uiteindelijk naar de stagetraining gegaan
en kreeg ik een contract van Binh Duong aangeboden. Ik tekende voor
anderhalf jaar met een optie tot verlengen. Toen begon het echt. In
het begin was het zo wennen. Al die Vietnamezen zijn 1,60 maar ze
mogen allemaal drie buitenlandse spelers contracteren. Daardoor
stond ik elke week tegenover een Afrikaan of Braziliaan die
gemakkelijk voor de deur van een discotheek kan staan.'
De professionaliteit van het Vietnamese voetbal laat dan ook het
nodige te wensen over. 'Er is totaal geen structuur. Communicatie is
ook erg slecht. Het komt regelmatig voor dat ik bij het verkeerde
veld sta, of dat ik met mijn rode tenue aan kom zetten terwijl we
die dag in het blauw spelen.''Toch speel ik hier iedere week voor
twintigduizend man', compenseert de verdediger de eerder genoemde
minpunten. 'Het zijn liefhebbers van de sport, maar niet zo zeer van
de club. Met Helmond Sport zag ik 's avonds een samenvatting van
twee minuten. Hier wordt elke wedstrijd live uitgezonden. Als je
verliest, wordt het de buitenlanders aangerekend. Op hen rust het
vertrouwen, zij moeten de wedstrijd redden. Medespelers zijn ook erg
jaloers op ons.'
Binh Duong staat momenteel op de zesde positie in de V-League.
De vraag die menigeen zal stellen aan een jongen van 27 die de
overstap van Nederland naar Vietnam maakt om te gaan voetballen zal
over het financiële plaatje gaan. Iets waar Van
Bakel zich allerminst
zorgen over maakt. 'Ik verdien hier voor Nederlandse begrippen
bovengemiddeld. Daarbij gaat het salaris na een jaar omhoog. Je
stijgt in de hiërarchie. Leandro, een Braziliaan, zit hier nu zeven
jaar en verdient twintigduizend euro per maand.' Nu Van
Bakel is gesetteld in
het zuiden van Vietnam geniet hij met volle teugen. 'Ik heb nog geen
moment spijt gehad. Soms mis ik de kleine dingen die ik in Nederland
deed wel. Even Playstationen met
je vrienden bijvoorbeeld. En mijn vrienden weten nauwelijks wat ik
hier allemaal meemaak, dat is jammer.' 'Het is een groot gekkenhuis,
maar hier ben ik een profspeler geworden. Bij Helmond Sport lette ik
niet op het eten, ging ik stappen. Dit begon als een avontuur maar
door de loodzware trainingen, twee keer per dag, heb ik meer
discipline gekregen', besluit hij. (Joost
Hofman)
Bron: Voetbal International, dinsdag 6
september 2011
|